Impressie van een Reis (6)

Derwent Hunter

Vijf grijze balkjes en een wit kruisje informeren me dat ik niet bereikbaar ben. Geladen met tientallen reizigers raast de bus over verlaten wegen naar het noorden. Links van me kleurt de ondergaande zon de hemel roze als was ze een artiest die aan het einde van haar act om nog een laatste applaus vraagt. Welverdiend, ze heeft de hele dag haar best gedaan. Mijn applaus schuilt in de glimlach die ik weinig gericht de wereld instuur.

Kilometers lange vers geplante bomen volgen elkaar netjes op in rijen en bieden een schouwspel van licht en schaduw aan wie het zien wil. Mijn stemming wordt bepaald door Dire Straits in mijn oren.

Uitkijkend over een golvend tapijt van diepblauw water leun ik tegen de metalen balustrade van de Derwent Hunter die zachtjes heen en weer wiegt. Het zilte water spat uiteen tegen de boeg en bereikt zo af en toe mijn gezicht dat de verkoeling verwelkomt. De zon is verhuld achter een versleten wolkengordijn dat door de gaten af en toe een opklaring toelaat.

Wanneer de hemelsluizen opengaan is het water overal en plakt mijn lichaam aan mijn tshirt. “Ain’t no sunshine when she’s gone,” zing ik tegen de wind die me niet kan horen. Ik kan ook mezelf niet horen maar ga ervan uit dat ik goed bezig ben en vervolg met een leugenachtige “it’s not warm when she’s away,” hoewel de verhulde zon nog steeds een aardige temperatuur garandeert.

In bed gelegen, twee weken voor mijn aankomst op Europese bodem, sta ik kort of lang stil bij de relativiteit van tijd. Vijf weken vlogen alvast om, die twee laatste zullen weldra ook weer haast verstreken zijn.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *